Hij voelde zich weer even jong. Alsof hij achttien was met de kennis die hij had opgedaan in de afgelopen jaren. Het was onschuldig. Gewoon een sigaret en een borrel delen.
Hij proefde de lippenstift op het sigarettenfilter, het deed hem denken aan de tijd dat zijn vrouw nog rookte en hij af en toe een trekje nam.
Hij was een charmante jongeman toen hij haar ontmoette. Kort, donkerbruin haar dat hij later langer liet groeien. Ze was verliefd geworden op zijn helder groene ogen die nu een grijze waas over zich hadden.
Ze waren alleen nog bij elkaar om het vertrouwde. Van elkaar aanvullen was geen sprake meer na het verliezen van hun twintig jarige dochter in een auto ongeluk waarvan zij hem de schuld gaf. Hij had haar immers overstuur weg laten gaan. Sindsdien was er van liefde geen sprake meer.
De rimpels tussen zijn ogen worden dieper wanneer hij een bezorgde blik aanneemt.
”Waar denk je aan?” vraagt ze en geeft de sigaret aan hem.
”Het verleden.” zegt de man. Hij neemt een trek van de sigaret en proeft weer de lippenstift. Hij kijkt naar haar en vraagt zich af of ze verder kijkt dan zijn oude en geleefde gezicht. Misschien ziet ze de kleine fonkeling in zijn ogen wanneer hij naar haar kijkt.
”Je hebt vast mooi verhalen.” zegt ze. Ze hebben nooit echt gepraat. Alleen zakelijke gesprekken en het gebruikelijke gebabbel over koetjes en kalfjes. Hij weet niet eens of ze een vriend heeft. Of huisdieren.
”Verhalen die een jonge meid als jij niet wil horen.” zegt de man en neemt een slok.
”Probeer het eens.” zegt ze en glimlacht. De man schraapt z’n keel en neemt een trek van de sigaret.
”Ik denk echt dat het beter is van niet.”
”Misschien komt het er nog een keer van… bij de volgende borrel.” ze plaatst haar hand op zijn arm en kijkt hem in zijn ogen. Hij glimlacht terwijl ze dichterbij komt met haar lippen.
Zijn vrouw. Ooit de liefde van zijn leven. Nu slechts een obstakel om te doen wat hij werkelijk wil. Die zachte, volle lippen zoenen en de liefde met haar bedrijven.
”Laten we maar weer naar binnen gaan.” zegt de man en staat op. Ze bekijkt hem met een mengeling van teleurstelling en verbazing.
”Ja. Laten we dat doen.” zegt ze teleurgesteld en volgt hem naar binnen.


