Het is schijt irritant. Elke keer als ik moet schijten, is er een schoonmaker in de toiletruimte. Hij heeft wel het uniform aan van een schoonmaker maar hij is daar altijd. Die smerige baarddragende, slijm ophoestende, shag rokende, stinkende rat. Ik wil echt mijn gebalde vuist in zijn oude, kalende kop steken. Misschien is het niet eens een schoonmaker maar een smeerlap.

Zit ik rustig mijn Autoweek te lezen en ik zie pleepapier op de grond liggen, gewoon een zooi. Zie ik zijn schoen onder mijn deur langskomen. “Kom er eens uit!” schreeuwt’ie. Dikke vette pech dus want ik ben nog niet klaar. Ik wil gewoon lekker mijn tijdschriftje lezen, alles lekker laten hangen en bungelen. Ik word er echt pissig van. Ik wil gewoon rustig, zorgeloos kunnen poepen. Geen geluid van mensen die langs de deur lopen. Mij maakt het niks uit als er op een gegeven moment een “Ploep!” of eenĀ  “Plons!” geluid ontstaat, als hun dat maar niet horen!

Ik had mijn bruine vriend gewoon weer uit de pot moeten halen en het over zijn schoen moeten smeren. Of over het muurtje heen gooien als een aap. Daar gaat mijn Tortilla’s van gisteravond.

Genieten, ho maar! Ik kon het ook niet meer. Ik moest hem gewoon door midden hakken en weggaan. Helemaal geen eigenwaarde. Met zijn handschoenen, sprays en karretje. En dat karretje parkeert hij ook elke keer tussen de deur van de toiletruimte en de gang. Dus als je al zit te schijten, kun je gewoon niet meer omdat je het gevoel hebt dat al je collega’s het horen.