We rijden over een verharde weg die hier al tientallen jaren ligt, zonder enig onderhoud. Aan de zijkanten is het afgebrokkeld. Ik vermoed dat er niet zoveel auto’s over rijden.
”We zijn er bijna volgens de TomTom.” zegt Matthew. Hij heeft de opdracht gekregen voor me te zorgen tijdens mijn verblijf in een klein plaatsje waar ik de naam niet eens van uit kan spreken. Van de dokter moet ik een tijdje rust zoeken en uit de grote stad. Normaal woon ik in London maar de komende drie maanden woon ik in een klein plattelandsdorpje. Ik heb er een hard hoofd in. Ik heb een hutkoffer met kleren mee en voor me op de grond ligt m’n laptoptas. Speciaal voor deze tijd heb ik een notebook gekocht. In mijn hoofd schieten scenes van oude mensen die nooit uit het stadje zijn gekomen. Een gesloten gemeenschap waar je niet makkelijk inkomt. Een ouderwetse slager, bakker, dat soort dingen. We rijden een bocht om en komen op een klinkerweg. Ik zie mooie huizen, een veld met lavendel en een kleine kerk. Matthew trapt op de rem voor een fietser. Het is een mooie jongedame, ik schat haar 23 jaar. Ze glimlacht en steekt haar hand op. Ik kijk haar na terwijl ze doorfietst, als zij bij dit gehucht hoort kan ik mijn tijd wel doorkomen. We rijden weer verder naar het adres wat we via internet hebben gevonden. Op het grindpad staat al een auto, een hele oude pick-up truck. We stappen uit en lopen naar de deur. Ik neem het huis in me op, het is een groot, oud huis zoals je het alleen in dit soort dorpjes vindt. Matthew kijkt achterom en glimlacht.
”Wat is er?” vraag ik en loop naar de deur.
”Ik ben blij dat ik mee moest. Kijk dan naar dat huis.” zegt hij en ik druk op de deurbel.
”Verwacht er niet te veel van. Het zal wel erg saai worden. Volgens mij heeft dit boerengehucht niet eens een pub.” ik hoor voetstappen aankomen. Er wordt wat gerommeld aan de deur waarna hij open vliegt.
”Jij moet David zijn.” zegt een grote man van achter in de zestig met een grijs baardje. Hij heeft een breed postuur, typisch een boer.
”Dat klopt.” ik steek m’n hand uit.
”John McCormick.” zegt hij terwijl hij m’n hand aanneemt.
”Dit is Matthew. Hij heeft de taak op me te passen de komende maanden.” zeg ik en Matthew en John schudden elkaar de hand.
”Op je te passen?”
”Zullen we het daar binnen over hebben?” vraag ik en John knikt. We lopen naar binnen en ik kijk mijn ogen uit. Het is precies zoals ik me had voorgesteld. Oud en bijna antiek. Toch ziet het er niet uit als een stoffige bende. Het heeft iets weg van een schrijvershuis. Mijn huis. We komen aan in de keuken en gaan aan de grote keukentafel zitten.
”Dus waarom moet Matthew op je passen?” vraagt John.
”Ik mag niet met m’n werk bezig zijn.” zeg ik. ”Ik heb me het afgelopen halfjaar opgesloten in m’n huis, mezelf laten verslonzen, amper naar buiten geweest en wanneer ik boodschappen moest doen haalde ik alleen maar kant en klaar eten. Ik werd ziek en ging naar de dokter die gelijk een goede vriend van de familie is. Hij was verbaasd over wat ik mezelf had aangedaan en gaf me het advies om hier naartoe te gaan.”
”Hoe heet de dokter.” vraagt de man.
”Dokter Miller.” zeg ik en de man knikt.
”En verder?”
”Ik ben een schrijver. Het was of helemaal niks meenemen of een notebook kopen zodat ik tenminste nog iets kon doen. Niet met m’n boeken bezig maar met de korte verhalen.” zeg ik. De man staat op.
”Thee?” vraagt John.
”Lekker.” zeggen Matthew en ik in koor. John zet de waterkoker aan zet drie kopjes klaar.
”Je zal wel merken dat we hier niet zoveel vreemden gewend zijn.” zegt John en komt weer zitten.
”Gesloten gemeenschap?”
”Juist een hele open gemeenschap. Ze zullen je het hemd van het lijf vragen. Vooral mevrouw Kellisson, dat is de roddeltante hier. Als je nieuws wilt verspreiden ben je bij haar aan het goede adres.” zegt John, een glimlach ontsnapt.
”Vraag naar die leuke dame op de fiets.” fluistert Matthew in mijn oor. Ik schud mijn hoofd. Dat zou het mysterie wegnemen. En het zou makkelijk zijn. Waarom zou ik het mezelf makkelijk maken voor de verandering?
”Ik zal jullie zo meteen een rondleiding geven door het dorp.” zegt John. ”En David, we hebben wel een pub hoor.” zegt hij met een brede grijns. Ik voel dat ik een rood hoofd krijg.
”Daar zal hij elke avond wel uit gevist moeten worden.” zegt Matthew lachend.
”Dan past hij wel tussen de stamgasten.” zegt John lachend. Matthew moet er ook om lachen.
”Ik kijk nu al uit naar vanavond.” zeg ik en kijk uit het raam naar buiten. Ik zie de meid van net langsfietsen. Een kleine glimlach verschijnt op m’n gezicht. John kijkt ook uit het raam.
”Ah, Sarah.” zegt hij en lacht. ”Hét meisje van dit dorp. Ze werkt in de pub vanavond, ik zal jullie wel voorstellen. Ze heeft altijd al een schrijver willen ontmoeten.”
”En David altijd al zo’n mooie dame.” zegt Matthew. Ik lach nerveus en krijg een vermoeden dat Matthew het me niet makkelijk gaat maken vanavond.
”Afijn, ik zal jullie rondleiden.” zegt John en staat op. ”De thee komt straks wel.”
Misschien wordt dit ooit nog wel vervolgd. Just let me know.



