Ik zit in zijn stoel in de studeerkamer. Het tikken van de toetsen op z’n laptop is hypnotiserend. Om het kwartier hoor ik hoe de asbakdeksel draait. Het koffiezetapparaat dat op de tafel staat zucht af en toe. Het is fijn hem te zien schrijven, ook al slaat hij er soms in door. Ik zie zijn hand naar de koffiemok grijpen, naar z’n mond brengen en weer neerzetten. Ik sta zacht op uit de stoel en loop voorzichtig naar hem toe. Over z’n schouder kijk ik snel naar wat hij schrijft, vervolgens naar zijn mok. Hij is leeg. Ik pak de mok, schenk er nieuwe koffie in en zet hem op de onderzetter neer.
”Dankje.” zegt hij afwezig en neemt een slok. Weer het tikken van de toetsen. Ik blijf stil achter hem staan en kijk naar wat hij schrijft. Vooral wat hij schrapt. Poëtische woorden, gemaakt in zijn dromen haalt hij weg en vervangt ze door woorden die het publiek beter zal begrijpen. Ik leg m’n handen op zijn schouders, hij pakt ze vast.
”Tijd voor een pauze?” vraag ik. Hij mompelt wat. Na een minuut naar z’n scherm te hebben gestaard draait hij zich om en ik ga bij hem op schoot zitten. De stoel zakt een beetje naar beneden.
”Ik heb honger.” zegt hij en kust me.
”Ik kan een broodje voor je maken. Of een eitje.” zeg ik.
”Eitje is lekker. Maak hem maar zoals ik het lekker vind.”
”Is goed.” ik geef hem een kus en sta op, de deur door, de gang op en de trap af.
In de keuken zet ik een pan op het vuur en doe flink veel boter in de pan. Pak brood uit de kast en snijd er een gat in, doordrenk de snee met de boter en doe er een ei in. Wanneer het ei goed gestold is draai ik het om. Ik wacht twee minuten, pak ondertussen een bord en leg het ei er op. Met het bord in m’n hand loop ik naar boven.
In de studeerkamer zit hij in zijn stoel met z’n kop koffie. Ik geef hem het bord.
”Dankje.” zegt hij en neemt een hap. ”Heerlijk.” klinkt het met volle mond. Ik ga in zijn bureaustoel zitten en lees wat hij heeft geschreven. Ik kijk snel naar de tijd. Het is half drie ‘s nachts, hij is nog klaarwakker en ik weet dat hij niet eerder naar bed gaat voordat hij dit hoofdstuk af heeft.
”Hoe lang wordt het?” vraag ik en draai me om.
”Hooguit een pagina.” zegt hij en neemt een laatste hap.
”Kom je dan naar bed?” vraag ik en glimlach.
”Dan kom ik naar bed.”zegt hij. ”Beloofd.” hij weet dat ik hem niet geloof.
”Ik wacht op je.” zeg ik, sta op en zoen hem. Hij slaat zacht op m’n kont en ik loop de studeerkamer uit, naar de slaapkamer. Ik kleed me uit, doe m’n bh af en ga in bed liggen. Hij blijft zeker nog twee uur schrijven en schrappen. Ik doe de televisie aan en stel de timer in op een halfuur.
Ik word wakker met hem naast me, de wekkerradio geeft aan dat het half elf is. Ik kus hem voorzichtig en stap uit bed.
Beneden zet ik thee en maak een cracker met kaas, ga in de woonkamer zitten met de radio aan en wacht tot hij beneden komt. Veel stelletjes gaan in het weekend de stad in en hebben dan een brakke zondag. Ze gaan een weekendje weg naar CenterParks om daar tot rust te komen. Bij ons is het standaard op vrijdag samen eten en dan gaat hij schrijven. Zaterdags gaan we uit eten in een andere stad en drinken thuis nog een paar drankjes om vervolgens op zondag de hele dag in bed te blijven liggen en alleen voor het hoognodige het bed uit te komen. Zo gaat het al een halfjaar en het werkt. De keren dat we op zaterdag de stad in gingen zijn op één hand te tellen. Het is vertrouwt of ik heb geaccepteerd dat hij niet graag de deur uit gaat.
Na een uur komt hij beneden in z’n boxershort.
”Goedemorgen jongedame.” zegt hij en wrijft de slaap uit z’n ogen.
”Goedemorgen jongeman. Ik heb al koffie gezet en al zoetjes in je beker gedaan.” hij geeft me een luchtkus en sloft naar de keuken. Even later komt hij naast me zitten op de bank en kust mijn hoofd.
”Sorry, ik ging op in het schrijven. Het zat in m’n hoofd en moest er uit.” zegt hij en neemt een slok koffie.
”Vanavond.” zeg ik.
”Ik heb bedacht dat we naar Deventer gaan en daar iets uitzoeken. Vier uur vertrekken, dan zijn we er mooi op tijd.”
”Deal. Hebben we wijn?”
”Ik heb gisteren vijf flessen gehaald en een six-pack voor mezelf.”
”Je bent geweldig.”
”Dat zeg je nou nooit in bed.” grapt hij.
”Mijn moeder zei altijd: als je niks goeds te zeggen hebt, zeg dan niks.” zeg ik en grijns.
”Au! Zal het onthouden.”
”Je doet maar, ik maak het vanavond goed met je.” zeg ik en kus z’n wang. Hij neemt nog een slok koffie en slaat z’n arm om me heen. Ik kruip tegen hem aan en zucht.